Chef schijntrap Van der Wiel is helaas volwassen

'Je moet er zeker van zijn dat het gaat lukken. Maar dat ben ik eerlijk gezegd wel. Ik heb een schijntrap waar iedere speler ter wereld intrapt. Het is een menselijke reactie om te denken dat ik ga passen. Dan hangen ze een beetje achterover en dat is het moment dat ik erlangs glip. "Ander keertje vriend," denk ik dan.'

Was getekend: Gregory van der Wiel, verdediger van Ajax op 10 november 2008. Wat is het toch heerlijk om af en toe een oud interview erbij te pakken. (En daar dan de geïnterviewde bij een eerstvolgende ontmoeting heel hard mee om zijn oren te slaan.)

'Serieus! Wat is er nou mooi aan verdedigen?'

Vanavond (woensdag) is de huidige PSG-speler Gregory van der Wiel terug in de Arena. Al vanaf zijn debuut in maart 2007 vergaap ik me aan zijn ribfluwelen balbehandeling. Iedere aanname is raak, zoals bij schaatser Jan Bos vroeger iedere slag raak was, zeg maar. Hij had een duivels arsenaal aan (lichaams-)schijnbewegingen en iedere wedstrijd gooide hij er daar minimaal een van uit zijn pezige lijf. Of hij nu op zijn eigen helft stond of niet.

Daar stond hij trouwens niet vaak, achterin. Ook al was hij op papier dus verdediger. Zeker niet tijdens het seizoen 2009-2010 onder Martin Jol, toen Ajax nipt de titel aan FC Twente moest laten maar meer spektakel bood dan in de daaropvolgende vier kampioensjaren onder Frank de Boer. Gregory van der Wiel was een TGV aan de rechterkant, die vliegensvlug opstoomde, snel, maar secuur wat passagiers uitspuugde, om daarna weer ruim op tijd terug te zijn voor de volgende rit. Dat, later zo verketterde, Ajax speelde in feite met vijf aanvallers: goedbeschouwd het dubbele van nu.

Een jaar daarvoor interviewde ik Van der Wiel. Ook dat was een feest. 'Bij voetbal hoort risico', stond er boven het stuk. De toen 20-jarige rechtsback liet doorschemeren weinig op te hebben met authentiek mannelijk defensiewerk. "Vroeger keek ik naar Roberto Baggio, ik had zelfs zo'n staartje. Nu naar Ronaldo, Messi, Ronaldinho, Riquelme, Van Persie. Nooit naar verdedigers. Ik was in de jeugd nooit met verdedigen bezig, wilde alleen maar aanvallen."

(…) "Serieus! Wat is er nou mooi aan verdedigen? Wie valt het nou op als jij een duel wint of de bal afpakt? Is toch niet spectaculair? Mensen komen toch voor mooie goals en acties naar het stadion? Ik in ieder geval wel."

Nooit een saai moment met Gregory

'Rechtsback' was een woord dat hij uitsprak alsof hij plots een bitter spruitje in zijn wangzak aantrof. Van der Wiel werd in de Ajax-jeugd zo rebels als hij weer naar achteren werd gedirigeerd, dat hij naar HFC Haarlem moest. Bij zijn terugkeer in de A2 van Ajax ('dat was tegen de afspraak, ik zou in de A1 komen') besloot hij eieren voor zijn geld te kiezen. Zuchtend: "Als ik op die positie moet doorbreken dan moet dat maar."

Hij was niet te vangen. Trainde als een beest, dat zeker. Niet in het krachthonk zoals zijn liniegenoten Vertonghen en Alderweireld, maar op het trainingsveld waar hij schaafde aan snelheid, techniek en trucs. "Daar moet ik het toch meer van hebben." Hij had geen Louis Vuitton-trolly bij zich zoals zijn collega, maar droeg een rugzak van Vans.

Hij meldde zich een keer af voor Oranje vanwege een hersenschudding, ging vervolgens 'even' naar een concert en plaatste daarvan een foto op Twitter. Het land was te klein.
Nooit een saai moment met Gregory, die tijdens zijn eerste eindtoernooi (2010) als jongste basisspeler de finale haalde, maar op zijn volgende (2012) de zondebok van de natie werd.

De TGV stoomt erlangs. Ander keertje, vriend.

De laatste jaren zijn die uitspattingen er niet meer bij. In een recent interview met VI vertelt Van der Wiel dat hij in Parijs een man is geworden. Hij heeft keihard aan zijn fysiek gewerkt. Zijn eerste taak is nu 'het uitschakelen van een tegenstander'. Kappen doet hij na een rush haast niet meer, want dan krijgt hij Zlatan Ibrahimovic op zijn dak. Die laatste opmerking was zo'n beetje de aardigste van het hele interview.

Chapeau. Chef schijntrap voetbalt nu net zo degelijk (volwassen heet dat) als de mannen waar hij vroeger van gruwde en kan dientengevolge bij een van de rijkste clubs van de wereld zijn contract verlengen. Maar hopelijk ontbrandt vanavond op vertrouwd terrein nog een keer iets van dat oude vuur.

Nicolai Boilesen leunt iets naar voren, Van der Wiel dreigt te passen, maar, klatsh, daar blijft zijn voetzool ineens op de bal plakken om het leer direct door naar binnen te rollen. De TGV stoomt erlangs. Ander keertje, vriend.

Lees ook

Jouw mening

Wij zijn benieuwd wat jij van dit artikel vindt. Om te reageren moet je ingelogd zijn. Dat kan middels je Facebook- en Twitter-account of met behulp van je e-mailadres.

Om je reactie te plaatsen vragen we je de code hieronder over te nemen