Darije Kalezic: Getekend voor het leven

Darije Kalezic is oud-voetballer en nu trainer van Roda JC. In de jaren negentig ontvluchtte hij de oorlog in Joegoslavië. Helden zocht hem op. Een verhaal om stil van te worden.

Door: Arnout Verzijl 

Darije Kalezic, trainer van Roda JC, voelt zich geen vluchteling en kijkt liever niet achterom. Toch doet hij eenmalig zijn verhaal, om het boek over de afgrijselijke oorlog die hij begin jaren negentig meemaakte in voormalig Joegoslavië daarna definitief te sluiten.

“De oorlog in Mostar begon in maart 1992. Bij een legerkazerne werd een vrachtwagen volgeladen met bommen tot ontploffing gebracht. De hele stad schudde op zijn grondvesten. Het Joegoslavische leger gebruikte die explosie als reden om de strijd aan te gaan. Ik weet nog goed dat ik op de radio de oproep van het leger hoorde. Er waren twee piloten vermist. Die moesten terugkomen, anders zouden ze de stad bombarderen.

'Jongens met wie ik in mijn jeugd had gevoetbald: gewoon afgeknald'

Toen realiseerde ik me dat ook wij in de oorlog verzeild waren geraakt en draaide het alleen nog maar om overleven. Ik ben blijven nadenken en rustig gebleven. Kroatië zou zelfstandig worden, maar wat zou er met Bosnië Herzegovina, het meest gemengde land, gebeuren? De Serviërs werden uit mijn stad verjaagd door het Kroatische leger dat uit het niets ontstaan was. Mijn vrienden en kennissen werden gedood, in vrachtwagens afgevoerd naar een plek waar de massagraven al gereed waren. Jongens met wie ik in mijn jeugd had gevoetbald: gewoon afgeknald. Een ploeggenoot van Lokomotiva werd doodgeschoten gevonden in een container.

Als ik een echte Serviër was geweest, had ik het misschien niet overleefd. Kalezic is een Servische achternaam, mijn vader is een Montenegrijn van Orthodox Servische afkomst. Maar mijn moeder is een Bosnische moslim. En ik was al een beetje bekend als voetballer, dus ik had relaties."

Tijdens de oorlog in Mostar leefden Kalezic en zijn zus maandenlang grotendeels in de schuilkelder van het appartement van zijn ouders. Het duurde lang voordat de rust was wedergekeerd.

"Het Joegoslavische leger was verjaagd, de stad werd beheerst door verschillende milities. Groepen van Kroatische paramilitairen liepen door wijken om er ‘schoon te maken’. Dat betekende: alles dood maken wat bewoog. De grote angst was dat er op de deurbel gedrukt zou worden. Ze liepen huis voor huis af om Serviërs mee te nemen. Geweer in de mond stoppen was heel normaal. Vrienden van voorheen leken elkaar niet meer te kennen. Duizenden mensen werden afgevoerd naar de concentratiekampen. Zoveel kennissen van mij ook. Ik heb het allemaal gezien.

'Geweer in de mond stoppen was heel normaal. Vrienden van voorheen leken elkaar niet meer te kennen'

Ik zat op straat, leunde met mijn rug tegen het wiel van een auto en heb anderhalf uur gehuild toen ik hoorde dat paramilitairen naar de wijk van mijn ouders waren gegaan om er schoon te maken. Ik was ervan overtuigd dat mijn vader en moeder niet meer leefden, moest alleen verder met mijn zus.

Het was een keerpunt in mijn leven. Toen ik uitgehuild was, besloot ik alleen nog naar de toekomst te kijken. Hoe nu verder? Ik ben naar de kelder teruggegaan en heb mijn zusje niks laten merken. Mijn overlevingsplan stond vast.

Mijn ouders hadden het toch overleefd! Het was ergens in de zomer van 1992 toen ik mijn moeder weer zag bij het appartement. Mostar was zogenaamd bevrijd, de Serven waren weg en de wijk waar het appartement stond was ‘schoon’. Drie maanden lang had ik niets van mijn ouders gehoord. Ik hoefde niet te huilen bij het weerzien. Na die ene keer heb ik in de oorlog niet meer gehuild." 

In 1994 vertrok Kalezic naar Nederland. Hij ging een jaar als amateur aan de slag bij FC Den Bosch. In februari 1996 tekende Kalezic een contract bij RKC Waalwijk, waar hij zeven jaar voetbalde. In juni 2015 werd hij hoofdtrainer van Roda JC. 

Het hele interview met Darije Kalezic is te lezen in het nieuwe magazine van Helden, dat nu in de winkel ligt. Ook via Blendle: klik hier.

Lees ook

Jouw mening

Wij zijn benieuwd wat jij van dit artikel vindt. Om te reageren moet je ingelogd zijn. Dat kan middels je Facebook- en Twitter-account of met behulp van je e-mailadres.

Om je reactie te plaatsen vragen we je de code hieronder over te nemen