Goos: 'Sla weleens door in mijn onzekerheid'

De Nederlandse handbalsters maakten eind vorig jaar veel indruk door op het WK een zilveren medaille te winnen. Volgende week gaan ze op het olympisch kwalificatietoernooi in Metz een olympisch ticket proberen te bemachtigen. Helden Online sprak met speelster Michelle Goos (26).

Je bent al op jonge leeftijd begonnen met handbal. Waar komt de liefde voor de sport vandaan?
"Klopt. Ik begon op mijn vierde bij VOC Amsterdam. Mijn moeder handbalde ook en eigenlijk zit het handbalvirus in mijn hele familie. Oud-international Natasja Burgers is mijn nicht. Daarnaast is ook handbalster Rachel de Haze familie van mij. Dat ik op handbal ging, was eigenlijk vanzelfsprekend."

Je speelt nu al 22 jaar voor VOC Amsterdam. Bevalt het nog?
"Dat vind ik een lastige vraag. Sinds dit jaar heb ik voor het eerst het idee dat ik misschien een keer iets anders moet proberen. Het is vaak hetzelfde, lijkt wel of ik stilsta in mijn ontwikkeling. Misschien is het tijd om eens in het buitenland te gaan kijken. Voor het eerst in lange tijd heb ik nog niet tegen VOC gezegd dat ik blijf."

'Er is vaak tegen mij gezegd dat ik geen talent heb, dat deed pijn'

Je hebt ooit gezegd, dat je alleen naar een buitenlandse club gaat als ze je een basisplek kunnen garanderen.
"Klopt. Ik ben 26 en als ik ergens op de bank ga zitten, kan ik net zo goed stoppen. Dan wordt het niks meer, houdt het op. Ik word dit jaar 27 en wil nog zoveel mogelijk uit mijn carrière halen. Dat kan alleen als ik speel."

Tijdens het WK was je de enige speelster uit de Nederlandse competitie. Waarom heb je nooit de stap naar het buitenland gemaakt?
"Om eerlijk te zijn, vind ik het best wel eng. Ik ben echt een familiemens. Als ik besluit ergens anders naartoe te gaan, moeten mijn ouders en vriend mee. Dan wil ik het wel doen. Of het moet een land dicht bij Nederland zijn, zodat ze makkelijk heen en weer kunnen vliegen. De komende tijd ga ik rustig rondkijken en wat gesprekken voeren."

Wanneer ga je een beslissing nemen?
"Ik hoop over een paar weken. De komende weken moet ik me met het Nederlands team eerst focussen op de EK-kwalificatiewedstrijden en het olympisch kwalificatietoernooi."

Het feit dat je op het WK met de grote speelsters van Nederland goed mee kon komen, komt door jezelf. Je hebt altijd ontzettend hard gewerkt.
"Klopt! Er is vaak tegen mij gezegd dat ik geen talent heb, dat deed pijn. Ik heb aangetoond dat je ook door hard te werken ver kan komen. In tegenstelling tot de meeste internationals heb ik nooit op de handbalacademie gezeten. Waarom niet? Ze hebben me nooit gevraagd. En ik ben niet iemand die zichzelf gaat aanbieden. Het kwam erop neer dat ik bij de heren van Volendam ben gaan trainen en extra kracht- en sprinttrainingen heb gedaan. Ik heb mezelf op alle vlakken verbeterd met als resultaat dat ik eind 2009 werd gebeld door bondscoach Henk Groener. 'Hallo ik ben Henk.' Dus ik zei: 'Hoi, ik ben Michelle.' Ik wist helemaal niet wie de bondscoach was. Toen hij mij dat vertelde, dacht ik: oh. Hij is vast verkeerd verbonden, ha. Dat bleek niet het geval te zijn. Ik werd uitgenodigd en heb op 19 november meteen mijn debuut gemaakt. Pas na het telefoontje van Henk begon ik te beseffen dat ik misschien toch wel goed was. Ik ben nog harder gaan trainen en heb inmiddels al 54 interlands op mijn naam staan. Daar ben ik erg trots op."

'Dat zou voor mij wel een bevestiging zijn dat ze niet wisten waar ze het over hadden'

Je bent erg kritisch op jezelf. Hoe komt dat?
"Als mensen zeggen dat je iets niet kan, dan wil je het alleen maar meer. Ik ben pietje-precies. Niet alleen met handbal hoor. Als ik op school een zeven had, baalde ik, want ik wilde een acht of een negen. Als je mij kent, weet je dat ik dat met alles heb. Soms is dat wel moeilijk. Het zit me weleens in de weg, maar het heeft me wel gebracht waar ik nu ben."

Heb je het idee dat je een lange neus hebt getrokken naar de mensen die zeiden dat je niet goed genoeg was?
"Ja, ik hoop dat ik ze ooit nog een keer tegenkom en dat ze dan met hun mond vol tanden staan, ze niets weten te zeggen. Dat zou voor mij wel een bevestiging zijn dat ze niet wisten waar ze het over hadden."

Wie waren de mensen, die zo over jou dachten?
"Het waren jeugdtrainers, ouders van andere kinderen en de kinderen zelf. Er is ooit een keepster geweest, die tegen mij zei: 'Jij weet toch zelf ook wel dat je nooit het Nederlands team gaat bereiken?' Als iemand dat maar vaak genoeg tegen je zegt, ga je het vanzelf geloven. Dat was het bij mij. Dan zei mijn moeder: 'Nee, joh. Wat die mensen zeggen, is niet waar. Je moet handballen omdat je het leuk vindt. De rest komt vanzelf.' Ik reageerde natuurlijk met: 'Ja, dat zeg je alleen maar omdat je mijn moeder bent. Dat hoor je te zeggen.' Het heeft heel lang geduurd voordat ik er zelf in ging geloven. Ik wilde ze laten zien dat ik het wel kon, maar geloofde er niet in. Dat kwam pas later toen ik negentien was en werd opgeroepen voor het Nederlands team. Ik voel me echt onderdeel van het team nu. Het heeft lang geduurd voordat ik me thuis voelde bij het Nederlands team. Ik vond het gek dat ik als enige speler niet in het buitenland speelde en er toch bij was."

In het begin dacht je altijd dat je er alleen bij was, omdat anderen niet konden of geblesseerd waren.
"Dat was inderdaad mijn gedachtegang. Ik sla weleens door in mijn onzekerheid. Als ik iets moet doen waar ik geen vertrouwen in heb of denk dat ik het niet kan, dan gaat het ook niet. Dat moet je natuurlijk niet hebben bij het handbal, want je moet altijd goed spelen. Op het WK ging het veel beter. Ik voelde me goed, dacht niet steeds dat ik het niet kon. Nu weten mensen ook voor het eerst wie ik ben. Dat is een bevestiging dat ik goed bezig ben. Nu zegt niet alleen mijn moeder dat ik goed ben, ha."

'Ik was een zielig hoopje ellende, dat niks wilde'

Je hebt ooit gezegd dat je vroeger 'absurd onzeker' was. Waar komt die onzekerheid toch vandaan?
"Vooral op de middelbare school werd ik altijd erg gepest. Als mensen heel vaak tegen je zeggen dat je lelijk bent, je anorexia hebt en je nergens goed in bent, dan ga je het vanzelf geloven. Op een gegeven moment wilde ik niet meer naar school, vond niks meer leuk. Het leven hield eigenlijk wel een beetje op. Toen zei mijn moeder dat ik misschien wel hulp moest zoeken. Ik ben enig kind, dus zij wist ook niet zo goed wat ze met me aan moest. Ik was een zielig hoopje ellende, dat niks wilde. Sportpsycholoog Edith Rozendaal heeft mij erg geholpen. Ik ben nog steeds niet heel erg zelfverzekerd, maar het gaat wel een stuk beter. Ik hoop nog altijd dat er ooit een reünie plaatsvindt, dat ik al de pestkoppen even een handje kan geven en kan zeggen: 'Kijk wat ik allemaal bereikt heb.'"

Ben je op dit moment gelukkig?
"Ja, zeker. Ik doe wat ik leuk vind. Op alle fronten. Het handbal gaat fantastisch en deze zomer kom ik zeer waarschijnlijk in actie op de Olympische Spelen. Een droom die uitkomt."

Lees ook

Jouw mening

Wij zijn benieuwd wat jij van dit artikel vindt. Om te reageren moet je ingelogd zijn. Dat kan middels je Facebook- en Twitter-account of met behulp van je e-mailadres.

Om je reactie te plaatsen vragen we je de code hieronder over te nemen