Irene Schouten: 'Moest mijn schaatsen verdienen'

Waar Irene Schouten haar mentaliteit heeft ontwikkeld? In de schuur van haar vader. De regerend wereldkampioen op de massastart verdiende haar spullen dankzij het werken met tulpen. Helden Online sprak met de 23-jarige schaatsster van Team Clafis.

Nee, werken in de schuur was niet haar lievelingsbezigheid. Toch werkte ze van jongs af aan iedere zaterdag in de tulpenkwekerij van haar vader. En stiekem was ze een beetje jaloers op haar oudere en jongere broer. “Zij mochten altijd de leuke dingen doen. Ik moest de minder leuke klusjes doen, zoals de tulpenbolletjes van een band af pakken en op prikkers zetten,” vertelt Schouten ietwat beduusd.

“Vroeger werkte ik nog samen met mijn vriendinnetjes, maar die stopten er op een gegeven moment mee. Toen werd het voor mij ook steeds minder leuk. Mijn vader en moeder vonden het prima als ik ging sporten op zaterdag. Alleen als het heel druk was in het bedrijf, hielp ik nog weleens mee.”

Twee gulden
Een ander gelukje voor Schouten was dat haar trainster van destijds een groot talent in haar zag. “Zij vroeg aan mijn vader: ‘Is het goed als Irene deze zomer niet werkt? Ze heeft namelijk kans om Europees kampioen te worden’. In de zomervakantie werkte ik namelijk vijf dagen per week in de schuur. Gelukkig vond mijn vader het goed. Die zomer werd ik Europees kampioen met het inline-skaten bij de junioren. Sindsdien hoefde ik niet meer te werken!”

'Ik vergat een keer mijn nummer voor een wedstrijd. Mijn moeder kocht hem toen, maar ik moest het dan wel later terugverdienen'

Hoewel ze het niet altijd even leuk vond, voerde ze haar werk wel gewoon altijd goed uit. “Dat heb ik van huis uit meegekregen. Niet zomaar opgeven, gewoon doorzetten,” stelt Schouten, die wel moest werken voor haar spullen. “Ik kreeg nooit zomaar skeelers of schaatsen. Die moest ik verdienen. Ik vergat ooit eens mijn nummer voor een skeelerwedstrijd. Mijn moeder kocht dat dan voor twee gulden, maar die moest ik dan later op de dag terugverdienen.”

Combinatie
Schouten groeide op met een oudere zus, een jongere broer en een oudere broer in Andijk. Haar zus was de eerste die ging schaatsen, waarna Irene en haar oudere broer Simon haar volgden. “Iedereen bij ons uit de buurt werd op schaatsen gezet. Tien keer in het jaar kregen we in Alkmaar les. Tegen mijn zus en broer werd gezegd: ‘Jullie moeten bij een club gaan schaatsen, jullie kunnen het goed!’ Dus dat deden ze. Ik bleef nog een jaar bij de jeugd schaatsen. Maar plots vond mijn zus het niet meer leuk en stopte. Mijn broer vond het wel leuk en ging door. Ik volgde even later mijn broer naar diezelfde club.” 

Tussendoor zat ze ook nog op turnen en handbal. Maar ze had meer met schaatsen. “Ik denk dat ik zonder Simon niet was gaan schaatsen. In de zomer skeelerden we, in de winter schaatsten we. Die combinatie hebben we altijd gedaan.” Irene en Simon hebben momenteel samen een kamer in Heerenveen. Sinds dit jaar schaatsen ze samen voor Team Clafis. “Nu hebben we goed contact, maar toen we niet bij elkaar in het team zaten, spraken we elkaar minder vaak dan nu.”

Discussies
Met de rest van de familie is het contact meer dan goed. “Mijn ouders spreek ik elke dag. Mijn zus spreek ik ook vaak. Met haar praat ik over kleding, de inrichting van het huis en over jongens. En met mijn broertje praat ik ook over van alles.” Toen Irene nog thuis woonde, gingen de gesprekken vaak over schaatsen. Eindeloze discussies over de tactiek van een marathon. “Mijn vader zei: ‘Als je goed bent en je sterk voelt, ga je toch vanaf het begin in de aanval? Dan kan niemand je bijhouden!’ Dus ik antwoordde: dan rijd ik in de wind en verspeel ik heel veel energie. Ik ging altijd de discussie aan, precies wat hij wilde.”

'Meestal haal ik in de schuur nog een bosje tulpen voor als ik naar iemand toega'

Ook met haar moeder werd er geregeld gediscussieerd. “Zij vindt het niet altijd fijn dat ik marathonwedstrijden rijd. Ze denkt dat het mij belemmert voor een langebaanwedstrijd.” Haar moeder vindt de langebaan belangrijker. “Terwijl mijn vader meer heeft met de marathon. Maar bij de grote wedstrijden komen ze wel altijd samen kijken hoor!”

Diploma
Haar ouders hadden veel voor de kinderen over, brachten haar drie keer per week naar de skeelerbaan in Heerde. “Terwijl we in Medemblik een prima skeelerbaan hadden. Als ik daaraan terugdenk, denk ik: waarom hebben ze dat gedaan? Zo denken ze er zelf ook over. Maar nu zien ze wat al die ritten hebben opgeleverd,” waarin Schouten onder meer doelt op haar wereldtitel bij de massastart.

Tussen de wedstrijden en trainingen door stak Schouten ook nog tijd in een cursus gewichtsconsulent. De theorie heeft ze al op zak, alleen mist ze nog punten voor de praktijk. “Zo’n praktijkdag is telkens tegelijk met een wedstrijd of een trainingskamp. Als ik hem heb, mag ik mijzelf gewichtsconsulente noemen en mag ik mensen gaan voorlichten over bepaalde voedingsgewoontes. Maar ik zie mezelf er niet in de toekomst iets mee doen hoor.”

Gereedschapshok
Een toekomst in de schuur lijkt voor Schouten ook niet weggelegd. Ze komt er alleen als er nog iets gerepareerd moet worden aan haar schaats of racefiets. “In de schuur is een heel groot gereedschapshok, daar ga ik soms even heen. Ik kom er zeker iedere week, maar niet om te werken. Meestal haal ik daar nog een bosje tulpen op voor als ik naar iemand toega.”

En heel soms doet ze, in tegenstelling tot vroeger, een ‘makkelijk’ klusje. “Klusjes waar ik niet moe van word, zoals dingen ophalen of wegbrengen. Maar dan wel met de auto,” zegt ze met een grote glimlach.

Lees ook

Jouw mening

Wij zijn benieuwd wat jij van dit artikel vindt. Om te reageren moet je ingelogd zijn. Dat kan middels je Facebook- en Twitter-account of met behulp van je e-mailadres.

Om je reactie te plaatsen vragen we je de code hieronder over te nemen