Muller: 'Hoe kan een kind een oorlog begrijpen?'

Vier jaar was Salo Muller bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog die hij, nadat zijn Joodse ouders eind 1942 door de Duitsers waren opgepakt, als onderduiker overleefde. Die geschiedenis heeft hij beschreven in zijn in 2005 uitgekomen boek ‘Tot vanavond en lief zijn hoor …’. Ook als verzorger/fysiotherapeut van Ajax (1959-1972) merkte hij dat antisemitisme in Nederland nog volop aanwezig was. Vandaag is racisme, ook rond de voetbalvelden, nog steeds niet verdwenen. Hij vertelt over het antisemitisme in de nieuwe Helden.

Tekst: Rob Willemse

“Vreselijk! Echt vréselijk voor die jongens!” Salo Muller, op 29 februari 80 jaar geworden, schudt zijn hoofd. “Dat we zoiets in 2016 nog moeten meemaken.” Hij gruwt van het racisme dat ook dit seizoen weer langs de velden dendert. Begin dit jaar kreeg Ajacied Riechedly Bazoer in Den Haag bij balbezit oerwoudgeluiden naar zijn hoofd. Drie weken later hing tijdens de klassieker in De Arena een pop, die Feyenoord- en oud-Ajaxdoelman Kenneth Vermeer moest voorstellen, aan een strop over de rand van een Ajaxvak. De tachtigjarige Salo fel: “Meteen de wedstrijd staken als donkere, Joodse of Marokkaanse spelers zo worden bejegend. Hup, van het veld af; op initiatief van de aanvoerder. Al kan ik me voorstellen dat spelers zoiets tijdens de wedstrijd niet opmerken. Nou, dan moet iemand anders maar ingrijpen.”

'Ook in mijn tijd bij Ajax werden al allerlei heel nare dingen naar je hoofd geslingerd, ook antisemitische'

Als ontvanger van racistische scheldpartijen is Salo Muller ervaringsdeskundige. Van 1959 tot 1972 was hij verzorger/fysiotherapeut van Ajax. "Ook in die tijd werden al allerlei heel nare dingen naar je hoofd geslingerd, ook antisemitische. Bij uitwedstrijden tegen Groningen, Utrecht, ADO of Feyenoord kon je daarop rekenen. Bij ADO ben ik op weg naar de dug-out ooit uitgemaakt voor ‘vuile kankerjood’. Nou, die persoon heeft de volledige inhoud van mijn waterzak over zich heen gekregen." Met een glimlach: "Oké, er zat wel een hoog hek tussen ons in."

Salo vertelde aan de mensen bij Ajax heel weinig over de oorlog die hij mee had gemaakt als kleine jongen. "Van het reizen in het donker tijdens de oorlog en onder de vloer slapen tussen muizen en ratten heb ik een extreme angst voor die beesten overgehouden. En ook ben ik nog altijd bang in het donker; echt heel bang. Ook nu nog moet er, als ik ga slapen, altijd een lichtje branden. Als ik van huis ben, ben ik de eerste drie dagen van slag; ook tijdens vakanties. Bij Ajax bestond er voor mij niks erger dan de buitenlandse trips. Vreselijk, die Europese uitwedstrijden. Pas tegen de tijd dat we naar huis gingen, werd ik weer vrolijk. Die metamorfose kenden de spelers wel, alleen hebben ze de reden nooit geweten."

In de nieuwe Helden spreekt Salo zich wel uit over de oorlog. Hij heeft bij wel acht adressen ondergedoken gezeten. "Mensen huisvestten onderduikers vanuit godsdienstig perspectief, omdat ze gewoon goed waren en mededogen hadden óf omdat ze er geld voor ontvingen,” legt Muller uit. “Ik ben bij heel aardige mensen geweest, maar heb ook geregeld slaag gekregen. En ik heb veel angstige momenten gekend."

Ben je benieuwd naar de rest van het verhaal van Salo over zijn oorlogstijd en hoe de oorlog hem nog vaak achtervolgd? In de nieuwe Helden kun je het lezen, net als via Blendle.

Lees ook

Jouw mening

Wij zijn benieuwd wat jij van dit artikel vindt. Om te reageren moet je ingelogd zijn. Dat kan middels je Facebook- en Twitter-account of met behulp van je e-mailadres.

Om je reactie te plaatsen vragen we je de code hieronder over te nemen