‘Bij ons liggen geen watjes in het water’

Onder leiding van gouden coach Robin van Galen zijn de Nederlandse waterpolomannen begonnen aan een bijzonder project. Geheel op eigen benen zoeken zij naar aansluiting bij de mondiale top. Roeland Spijker, Robin Lindhout, Joep van den Besselaar en Luuk Gielen leggen uit hoe een ‘vriendenteam’ naar het ultieme doel streeft: olympisch goud.

Door een grote brace om de knie kost het Roeland Spijker de nodige moeite om de hoge kruk te beklimmen die zijn teamgenoten hebben uitgekozen als locatie voor het rondetafelgesprek. “Je ziet het; ik heb de mazzel dat ik nog een beetje kan meeliften op hun succes,” lacht de dertigjarige aanvoerder van de Nederlandse waterpoloheren voordat zijn drie jongere medespelers de kans krijgen het tafereel met de nodige grappen te begeleiden. “Gelukkig kan ik heel soms zelf ook nog een steentje bijdragen.”

“Zo zo, jullie treffen het,” vult de 22-jarige Joep van den Besselaar meteen aan. “Normaal is hij nooit zo bescheiden.”

‘Iedereen wil belangrijk zijn, iedereen wil de grote jongen zijn’

Spijker is bezig aan zijn elfde jaar in Oranje en stelt dat het huidige Nederlandse team, het beste is waarin hij ooit heeft gespeeld. “Toen ik er net bijkwam hadden we ook echt een goede ploeg. Sinds een jaar merk ik dat we eindelijk weer op dat niveau van toen zitten, maar dit team is in vergelijking vele malen jonger,” legt de aanvoerder uit.

Spijker: “Af en toe missen we nog wel wat hiërarchie in de ploeg, maar als ik kijk naar de potentie van deze jongens, dan kunnen we echt naar grote hoogte doorgroeien.”
Lindhout (24): “De hiërarchie is iets dat misschien nog even uitgevogeld moet worden. Dat komt omdat de meesten van ons van dezelfde generatie zijn en tegelijk zijn ingestroomd in Oranje. Maar daardoor waait er ook een hele nieuwe, frisse wind door deze ploeg, dat was een aantal jaar geleden wel anders. Nu is heerst tussen de spelers echt een vriendschappelijke band, je zou ons bijna een vriendenteam kunnen noemen.”
Spijker: “En ach, die hiërarchie moeten we ook niet overdrijven. In zo’n groep met talentvolle jonge kerels heb je altijd te maken met ‘mannetjes’. Iedereen wil leuk zijn, iedereen wil belangrijk zijn, iedereen wil de grote jongen zijn. Het is aan ons –Robin, mezelf en de rest van de staf- om daar de juiste balans in te vinden.”
Van den Besselaar: “Op de kant is Robin de baas, maar in het water is Roeland onze leider. Dat is zo op natuurlijke wijze ontstaan. Natuurlijk ook omdat hij een oude vent is, maar vooral omdat hij al in Oranje speelde toen de meesten van ons pas net begonnen met waterpolo. Hij heeft een berg aan ervaring. Ik maak daar dankbaar gebruik van. We wonen vlak bij elkaar in het centrum van Utrecht en drinken elke dag samen een bakje koffie. Dan gaat het negen van de tien keer over waterpolo, of over vrouwen. Maar meestal over waterpolo!”

Barcelona
Het programma rondom de nationale waterpoloploegen is grotendeels gesitueerd in de provincie Utrecht. In de bossen bij Zeist heeft de zwembond een bad tot zijn beschikking op het complex van de KNVB. In de uren dat de succesvolle damesploeg (recent zilver op het WK) niet in het water ligt, zijn de mannen van Robin van Galen in het bad te vinden. Veel spelers wonen dan ook in de regio. Zo niet de 24-jarige Luuk Gielen die sinds twee jaar uitkomt voor de Servische topploeg Partizan Belgrado, één van de beste ploegen ter wereld.
Gielen: “Servië is in het mondiale waterpolo nu gewoon hét topland. Ze werden onlangs met overmacht wereldkampioen.”
Van den Besselaar: “Daar bedenken ze het waterpolo, wij proberen het zo goed mogelijk te kopiëren.”
Gielen: “Ik woon nu twee jaar in Belgrado en heb nog een jaartje bijgetekend. Het bevalt me er super goed. Afgelopen seizoen deden we het bijzonder goed in de Champions League, en werden we zelfs een beetje onverwacht kampioen. Ik leer er daardoor enorm veel.”
Lindhout: “Die ervaring neemt hij in de zomer weer mee terug naar Zeist waar wij er ook allemaal van profiteren.”
Van den Besselaar: “Het zijn de kleine dingen die we dankzij hem beter oppikken. Technische dingetjes waarvan je denkt: oh ja, zo dus.”
Gielen: “In het buitenland kan je als waterpolo’er veel beter met je sport omgaan dan in Nederland. Daar draaien we echt fulltime programma’s. Dan maak je al snel flinke stappen in de goede richting.”
Spijker: “Dat is in Nederland wel anders. Er zit hier geen dik belegde boterham in het waterpolo. Heel veel gasten stoppen daarom ook relatief vroeg met de sport, richten zich op hun maatschappelijke carrière. Je moet echt veel geluk hebben, zoals ik, om naast je werk vol met je sport bezig te kunnen zijn.”
Van den Besselaar: “Of je moet het combineren met een studie, zoals ik doe. Alleen dan begint je training ’s ochtends om half acht, moet je vervolgens naar school, snel een boterham en dan weer trainen. Dat is ook niet optimaal. Dan kan je ook niet alles geven.”

Dankzij de steun van de commerciële partners, waaronder het TEAMKPN Sportfonds, zijn de Nederlandse waterpolomannen daarom sinds een jaar bezig aan een bijzonder project. Komend seizoen reizen er weer zeven Nederlandse internationals af naar Barcelona om deel te nemen aan de sterke Spaanse competitie.
Lindhout: “Ik ben één van die jongens. In Barcelona zijn maar liefst negen ploegen die spelen in de hoogste competitie. Die mogen allemaal drie buitenlandse spelers in de selectie hebben. Maar door de crisis hebben ze het daar financieel zwaarder. Wij bieden hun in principe dus relatief goedkope internationals aan.”

‘Die jongens komen met ervaring terug uit het buitenland. Daar hebben we allemaal profijt van’ 

Spijker: “Het idee erachter is dat die jongens daar de hele dag in een sterke competitie alleen maar met waterpolo hoeven bezig te zijn. Hun niveau, en daarmee het niveau van onze ploeg, stijgt daardoor flink.”
Lindhout: “Net zoals Luuk nemen wij dat hogere niveau vervolgens weer mee terug naar Nederland. Daar profiteren de andere jongens, en de selectie van Jong Oranje die met ons meetraint, ook weer van. Dat is progressie waar het hele Nederlandse waterpolo wat aan heeft, dat breidt zich als een olievlek uit.”
Spijker: “Ikzelf heb mijn jaren in het buitenland al gehad bij Montpellier, maar ik vind het een geweldige stap voor de jongere jongens. Robin heeft de contacten gelegd met die Spaanse clubs en het zo in elkaar gestoken dat het voor alle partijen een win-win situatie is.”
Van den Besselaar: “Ik blijf vanwege mijn studie nu nog een jaar in Nederland, maar ik hoop volgend jaar ook die kant op te kunnen. Het lijkt me een geweldige ervaring om in zo’n sterke competitie te mogen spelen. En het lijkt me geweldig om in een profcompetitie, in een buitenbad in de zon te kunnen spelen.”
Spijker: “Het is gewoon een slim opgezette constructie, een mooi resultaat van de nieuwe commerciële weg die we als ploeg hebben ingezet. Daarin kunnen we dankzij onze partners zoals KPN dit soort dingen doen.”

Ondernemers
Het Nederlandse mannenwaterpolo is de afgelopen twee jaar van ver gekomen. De progressie die de ploeg boekt (Frankrijk, Duitsland, Turkije en Slowakije werden onlangs aan de zegekar gebonden) is het resultaat van een voor de Nederlandse sport revolutionaire manier van werken. Toen sportkoepel NOC*NSF in 2013 besloot de geldstroom naar de mannen stop te zetten, besloot bondscoach Robin van Galen, samen met oud-international Hans Nieuwenburg, juist in de sport te stappen. Ze schreven een plan waarmee ze nieuwe commerciële partners aanboorden en die meer betrokken bij de ploeg. Ze namen de geldschieters mee op de weg terug naar de wereldtop. Letterlijk.

Gielen: “Ha, opeens stond de sponsor van het TEAMKPN Sportfonds bij de wedstrijdbespreking in de kleedkamer. Eerst dacht ik: dit is best vreemd, maar eigenlijk was het juist prima. Ik stoorde me er niet aan, vond het zelfs best wel leuk. Het is een slimme, creatieve manier om deze partners aan ons te binden.”
Lindhout: “Maar het is vooral Robin die de ondernemerskant van onze ploeg voor zijn rekening neemt hoor. Wij kunnen ons gelukkig volledig op de sport richten.”
Spijker: “Het is wel mooi om betrokken te zijn bij zo’n bijzonder traject. Hier leren wij als spelers ook van. En het gaat geweldig. De promotie rondom het waterpolo, ook de mannen, is nog nooit zo groot geweest denk ik.”
Gielen: “Dit draagt bij aan het groepsgevoel. Meer dan ooit treden wij buiten het bad op als team. Daar hebben we vervolgens in het bad ook profijt van.”
Van den Besselaar: “Robin en Hans maken ons goed bewust van dit project, zorgen ervoor dat de hele selectie er onderdeel vanuit maakt. Dat zorgt bij iedereen voor extra motivatie om nog harder te werken en trainen.”
Lindhout: “En uiteindelijk hoeven wij maar een keer of vier per jaar ‘ondernemer ‘te zijn als Robin en Hans, op de sponsordagen. Voor de rest verwacht iedereen dat wij ons werk in het water doen.”

Watjes
In het water wordt hard gewerkt. En zoals bij mannenploegen vaker het geval, willen daar best wel eens harde woorden bij vallen. Dan speelt hiërarchie opeens weer een belangrijke rol. Wie is op zulke momenten de man bovenaan de apenrots?
Van den Besselaar: “Ha, Robin natuurlijk. Hij maakt de dienst uit. Maar Robin is iemand die super ontspannen is. Altijd toegankelijk, staat altijd open voor op- en aanmerkingen. Ook voor kritiek. Oprecht een fijn mens.”

‘Je moet een vent zijn om te kunnen spelen bij ons, anders hoor je niet in het Nederlands team thuis’ 

Spijker: “Als aanvoerder werk ik nauw met hem, en de rest van de staf, samen. Robin wil altijd veel overleg hebben, weten wat er speelt in de selectie.”
Lindhout: “En natuurlijk gaat het er wel eens ruw aan toe binnen de ploeg. Dat gebeurt bij elk team toch? Je hebt soms te maken met negatieve gevoelens. Het is ook niet goed als je dat alleen maar binnenhoudt.”
Spijker: “Er wordt wel eens een tikje uitgedeeld, maar dat hoort bij de sport. Natuurlijk, we slaan elkaar echt niet op de bek. Maar hard spel hoort er wel bij. Dat moet je soms laten gaan.”
Gielen: “Maar Robin houdt het groepsproces goed in de gaten. Als er iets leeft, gooit hij het meteen in de groep. Dat doen wij zelf trouwens ook, daar kennen we elkaar allemaal goed genoeg voor.”
Spijker: “Als het hoge woord eruit is, is het bij ons in principe ook klaar. Dat is de cultuur van ons team. Je gaat niet een week lang met een wolk boven je hoofd rondlopen omdat iemand toevallig een keertje boos op je is geworden.”
Van den Besselaar: “Een mental coach? Nee, die hebben we hier niet voor nodig.”
Lindhout: “Wij hebben geen buitenstaander nodig om tegen elkaar te zeggen waar het op staat.”
Spijker: “Als er al ergens een bemiddelaar nodig is, dan zou Robin dat zijn. Of ik. Maar in dit team is iedereen wel ad rem genoeg om elkaar aan te spreken. En we hebben allemaal een huid die dik genoeg zodat er ook wel eens een klapje geïncasseerd kan worden.
Gielen: “Het hoort bij de hardheid van onze sport. Het gaat er harder aan toe dan in veel andere sporten. Je moet een vent zijn om te kunnen spelen bij ons. De meeste types bij ons zijn toch wat sterker. Er liggen geen watjes bij ons in het water. Dan hoor je niet in het Nederlandse team thuis.”

Droom
In de bossen van Zeist moet het Nederlandse team de komende tijd flink wat werk verzetten. De ploeg bereidt zich daar voor op het komende kwalificatietoernooi (EKT) voor het EK. De mannen hebben een ideale uitgangspositie om niet alleen het EK te halen. Het EKT winnen betekent een plek bij de beste drie in de EK-groep. Dat moet leiden naar plaatsing voor het OKT.
Spijker: “Op dit moment kunnen wij ons meten met de Europese subtop en moeten we hopen op een stunt tegen de toplanden. De loting voor toernooien is daarbij dus van groot belang voor ons. Eén gunstige loting en dit hele project komt in een stroomversnelling. Het OKT halen zou al een geweldige ervaring voor deze ploeg zijn. En zelfs Rio sluit ik dan zeker niet uit. Wij hebben ons allemaal verbonden aan dit project met als doel Tokio 2020. Maar op het OKT een goede loting en een sterk toernooi kan er zomaar voor zorgen dat onze droom komende zomer in Rio de Janeiro al uitkomt.” 

Jouw mening

Wij zijn benieuwd wat jij van dit artikel vindt. Om te reageren moet je ingelogd zijn. Dat kan middels je Facebook- en Twitter-account of met behulp van je e-mailadres.

Om je reactie te plaatsen vragen we je de code hieronder over te nemen