Robin van Galen: coach, ondernemer, predikant

Als coach van de gouden dameswaterpoloploeg van Beijing vergaarde hij (inter)nationale roem. Nu zet Robin van Galen (43) die bekendheid in om als boegbeeld de heren waterpoloërs uit het slop te trekken. Een portret van een bijzondere man en een bijzonder project.

Door Anne Joldersma
Beeld Stephan Tellier

Met handen en voeten probeert Robin van Galen zijn beide zoontjes Dean (9) en Danny (5) te beteugelen als zij in de zonovergoten tuin van zijn huis aan de Reeuwijkse plassen met een voetbal de fotograaf onder vuur mogen nemen. De coach van het jaar 2008 wil zijn kinderen nog een paar laatste tips meegeven, voordat ze de trekker overhalen. “Dat is inderdaad de coach in mij”, lacht hij even later als beide ballen de camera ternauwernood gemist hebben. “Dat zit er nu eenmaal in, ik moet op zo’n moment nog even een paar aanwijzingen meegeven.”

Het is dan ook geen verrassing dat Robin van Galen op zaterdagochtend niet aan de rand van het zwembad staat, maar langs de lijn bij de voetbalclub waar zijn kinderen bij de pupillen spelen. “Dat is toevallig zo gekomen,” zegt de bondscoach van de nationale herenploeg waterpolo bijna verontschuldigend als hij samen met zijn vrouw Marjan aanschuift aan de keukentafel. “Ze zochten op de voetbalclub iemand die de jongste jeugd onder zijn hoede wilde nemen. Van teams en coachen weet ik wel wat af, ik heb alleen geen verstand van voetbal!” Een karakteristieke lach buldert door de kamer. “Maar ach, ik probeer die jongens in de eerste plaats plezier te laten hebben en wil ze daarbij meegeven hoe ze moeten samenspelen en hoe ze met elkaar dienen om te gaan. Uiteraard op een speelse wijze. Bij de jeugd is het volgens mij vooral belangrijk dat je op een positieve manier coacht en dat je die kinderen zelfvertrouwen geeft. Wat dat betreft is het wel goed dat ik het nu doe.”

Familieman
Het grote publiek kent Robin van Galen als de succescoach die tijdens de Olympische Spelen van 2008 in het Chinese Beijing schijnbaar vanuit het niets de Nederlandse waterpolodames naar het goud leidde. Inmiddels is de pas 43-jarige geboren Rotterdammer begonnen aan zijn 28ste seizoen als coach. Daarbij gaat hij al bijna drie decennia lang volledig op in zijn sport en in de teams die hij begeleidt. Zonder morren zet hij de wekker om 06.00 uur zodat hij in de vroege ochtenduren de nationale mannenploeg kan bijstaan in een zwembad in Zeist. Vervolgens moet hij als ondernemer ook nog eens volledig beschikbaar zijn voor de partners van het bijzondere traject waaraan hij en zijn ploeg zich hebben verbonden.
“Hij is natuurlijk razend druk, maar Robin is ook een echte familieman”, legt Marjan na een kleine denkpauze uit.
Robin, met een knipoog: “Als je vrouw moet nadenken over zo’n vraag weet je dat het in echt niet zo is.”
Marjan: “Noem Robin maar een moderne familieman. In bepaalde periodes is hij vanwege zijn werk wel veel van huis, maar als hij thuis is, is hij altijd met mij en de kinderen in de weer. Voor zijn gezin is Robin er altijd.”
Robin: “Ik durf best te zeggen dat ik voor mijn kinderen een goede vader ben. Althans, dat probeer ik echt. Naast twee keer in de week voetbaltraining geven en de wedstrijd op zaterdag, probeer ik wel een zo’n groot mogelijke rol in hun jeugd te spelen. Echt veel met ze te doen.”
Marjan: “Als Robin hier is brengt en haalt hij ze bijvoorbeeld zoveel mogelijk van school.”
Robin: “Maar er zijn inderdaad ook langere periodes dat ik er niet ben, dat ik in het buitenland zit. Dan komt het hier volledig op Marjan aan. Zij moet dan alles runnen hier in huis. Ik heb ook echt bewondering voor hoe ze dat doet.”
Marjan: “In het begin is dat wel een flinke omschakeling hoor. Ik ben zelf natuurlijk ook heel lang waterpoloër geweest, heb altijd op het hoogste niveau gespeeld. Als topsporter ben je daarbij gewend dat alles om jou draait. Maar opeens stopte ik met de sport, kwamen de kinderen en ging hij aan de slag als coach bij de nationale damesploeg. Toen waren de rollen opeens omgedraaid en moest ik mijn plek in het leven weer even vinden.”
Robin: “De dames coachen was toen ook veel intensiever dan het coachen van de heren nu is. Toen zaten we de helft van het jaar in het buitenland en draaiden we de andere helft echt een fulltimeprogramma.”
Marjan: “En ik zat opeens met een kleintje thuis. Juist omdat ik tegelijkertijd zelf ook uit een topsportcarrière kwam, was het zwaar. Dan stort je even in een soort niemandsland. Maar daar zijn we goed uitgekomen!”
Robin: “Inmiddels is ze er wel aan gewend dat ik veel weg ben.”
Marjan: “Nu ben ik inmiddels zo gewend aan mijn eigen bedoelinkje. Ik zou er niet aan moeten denken om een vent te hebben die van acht tot vijf naar zijn werk gaat en vervolgens elke avond naast je op de bank zit. Wat moet je daar nou mee?”

Coach
De naam Marjan op den Velde is een begrip in de Nederlandse waterpolowereld.  Ze stond jarenlang te boek als één van de beste aanvalsters ter wereld en greep met Oranje op de Olympische Spelen van 2000 net naast een medaille.
Robin: “We hebben elkaar dan ook in het zwembad leren kennen. Waar anders? Met de dames van GZC Donk won ik als coach mijn eerste landstitel in 1997. Marjan was toen de sterspeelster van onze grootste concurrent, ZWV Nereus uit Zaandam. Wij moesten het jaar daarop Champions League spelen en ik zocht versterking, precies op haar positie. Toen heb ik haar gebeld en gevraagd of ze voor ons wilde komen spelen.”
Marjan: “Ik zei meteen: natuurlijk niet! Ha, nee hoor. Maar ik zag het eerst eigenlijk helemaal niet zitten. Ik wilde stiekem misschien wel stoppen met waterpolo, ik had een mooie carrière gehad en merkte dat ik niet meer gemotiveerd was.”
Robin: “Marjan had gewoon een nieuwe prikkel nodig! Een reset.”
Marjan: “Eigenlijk wel. Toen Robin belde dacht ik eerst: dat ga ik sowieso niet doen. Ik vond die club, met hem aan het roer, toch een andere uitstraling hebben dan ik gewend was. Het sprak me niet echt aan. Maar ach, praten kan geen kwaad. En toen we in gesprek waren dacht ik opeens: ‘oh, hij is best wel leuk.”
Robin: “Er was meteen een klik tussen ons. Het ontstond uit professie, maar er was gewoon iets tussen ons. Ze is naar GZC Donk gekomen. Ik heb haar maar toch maar mooi over weten te halen.”

Tussen de coach en ‘zijn pupil’ begon vrijwel meteen iets op te bloeien. Bij tijd en wijlen lastig omdat ze ook professioneel een relatie onderhielden.
Marjan: “We zaten in het begin heel erg moeilijk te doen. ‘Dat kunnen we toch niet maken?’, dachten we eerst. Maar ja, waar hebben we het over? Ik ben nota bene een jaar ouder dan hij is en we waren gewoon twee volwassen mensen die elkaar leuk vonden. Uiteindelijk was het ook overduidelijk dat wij iets met elkaar hadden.”
Robin: “We hebben het toen halverwege het seizoen wereldkundig gemaakt.”
Marjan: “Ha, de hele ploeg wist het al!”
Robin: “Natuurlijk is het lastig om zowel binnen als buiten het zwembad een relatie met elkaar te hebben. Gelukkig was Marjan één van de beste speelsters in het team. Dan krijg je in ieder geval geen gezeik als: ‘hij selecteert haar alleen maar omdat…”
Marjan: “We hadden ook een hele volwassen groep met relatief veel ervaren spelers. Robin was nota bene jonger dan de meeste ervaren spelers, stond pas aan het begin van zijn trainerscarrière en moest toppers als Lieneke van den Heuvel aansturen.”
Robin: “Goh, wat een ploeg was het toen eigenlijk. Het Real Madrid van het waterpolo!”
Marjan: “Hij moest dat als jong broekie allemaal bij elkaar zien te houden, al het gezeur van ons zien te beteugelen en in de kiem houden. Maar het was toch op sommige momenten lastig. Laat ik het zo zeggen: als je zo’n dubbele relatie kan vermijden, zou ik het vooral doen.”
Robin: “Het kan wel. Kijk maar naar Bas Verwijlen die gecoacht wordt door zijn vader, of naar Danny en Daley Blind. Maar Marjan heeft gelijk, het is niet het meest wenselijke. “
Marjan: “Ik zit toch ook met de dames in de kleedkamer als zij eens over de coach willen klagen. En zich dan moeten inhouden omdat ik erbij zit… Er komt gewoon een andere dynamiek bij kijken. Het is niet de meest gezonde situatie.”
Robin: “Gelukkig ging het bij ons wel goed. Zowel privé als sportief. We verloren weliswaar de Champions League-finale, dat was jammer. Maar we werden weer landskampioen en zijn twee jaar later getrouwd.” 

Predikant en ondernemer
Dat Van Galen al op relatief jonge leeftijd coachend voor een groep kwam te staan, was de oorzaak van een schouderblessure die al vroeg een einde maken aan zijn droom om als speler de Olympische Spelen te halen. In plaats daarvan begon hij een carrière als coach, iets dat hem altijd makkelijk was afgegaan.
Robin: “Eigenlijk ben ik mijn hele leven lang al coach. Ook als speler stuurde ik mijn teamgenoten voortdurend aan en paste een leidinggevende rol al bij me. Ik was zeventien toen ik die blessure opliep, toen was ik net begonnen als coach bij de jeugd. Daar ben ik me volledig op gaan richten. Ik denk dat het coachen altijd al in me heeft gezeten. Mijn moeder was lerares, mijn opa aan dezelfde kant van de familie was dominee. Voordat ik fulltime begon te coachen heb ik zelf ook vier jaar voor de klas gestaan als docent economie. Het overdragen van kennis heeft altijd in me gezeten.”

Zoals jij voor de groep staat en je spelers vanaf de kant toespreekt, lijk je ook wel een beetje op een predikant.
“Ha, helaas is mijn opa er niet meer, maar ik denk dat hij best trots op me zou zijn. Het toespreken van een groep gaat mij vrij makkelijk af. Niet alleen met topsporters trouwens. Ik geef ook regelmatig presentaties voor het bedrijfsleven, soms zelfs wel voor 2000 man. Dat vind ik geen enkel probleem, om in zo’n groot theater op het podium te staan en een heel bedrijf toe te spreken. Ik vind het ook oprecht leuk om te doen. Om mensen te kunnen inspireren en om ze handvatten mee te geven waarmee ze zelf ook succesvol kunnen zijn.”

Je bent tegenwoordig meer dan alleen een coach. Je noemt jezelf ook ondernemer. Wat trekt jou aan dat bedrijfsleven?
“Sinds de Spelen van 2008 geef ik presentaties. Zo’n zestig tot honderd per jaar. Dan vertel ik over de successen die we behaald hebben, hoe een weg naar een ultiem doel eruit kan zien en leg ik uit hoe we dat met de mannen nu ook proberen te bereiken. Ik heb daardoor bij zoveel bedrijven een kijkje in de keuken mogen nemen, echt geproefd aan het bedrijfsleven, zo ben ik als coach ook veel completer geworden.”

Met de waterpoloheren ben je in 2013 begonnen aan een bijzonder traject. NOC*NSF besloot de ploeg niet langer financieel te ondersteunen, de toenmalige bondscoach hield het voor gezien en waterpolo voor heren leek op het hoogste niveau ten dode opgeschreven. Waarom denk jij op zo’n moment: ik stap erin?
“Eerst dacht ik dat ook niet. Ik had geen zin om te gaan trekken aan een dood paard. Maar de sport heeft me ook zoveel gegeven, ik wilde wat terugdoen. Me dienstbaar opstellen voor de sport. Dus belde ik een oude vriend: Hans Nieuwenburg, die nu teammanager is. Hij zei: ‘mooi dat je belt want ik werk aan een plan en heb jou daarbij nodig als coach en boegbeeld!’”

Jullie hebben sindsdien de ploeg zowel sportief als commercieel gezien nieuw leven ingeblazen. Een ploeg die volledig op eigen benen staat. Had jij als coach misschien ook een nieuwe prikkel nodig en kwam dat stukje ondernemerschap dat erbij kwam kijken daardoor juist goed uit?
“Zeker! Die extra uitdaging erbij maakte het voor mij wel interessanter. Ik zou ook niet meer terug willen naar de rol zoals ik die bij de dames had. Om twee, drie keer per dag training te geven en verder niets. Dat zou ik veel te eenzijdig vinden nu. Voor mijn gevoel heb ik nu de juiste mix: trainer, coach en ondernemer. Ik help nieuwe sponsoren aan ons te binden door samen met Hans op pad te gaan en wij proberen daarbij bijzondere pakketten samen te stellen. Zo bieden we bijvoorbeeld een leiderschapsprogramma aan waarin ik mensen in het bedrijfsleven coach. Directe tegenprestaties dus. Die combinatie maakt het leuk.”

Vanuit de topsport belicht is het een hele bijzondere combinatie. Ondernemerschap is risico nemen en leven in onzekerheid. In topsport vermijd je vaak de risico’s en kies je altijd voor zekerheid.
“Maar ik ben iemand die graag wegblijft van het geijkte pad. Ik zoek graag de grens op. Natuurlijk gaat het soms fout. Wij zijn aan zo’n bijzonder project bezig dat misschien wel twintig jaar duurt, natuurlijk stoten wij ons hoofd weleens.  Dingen kunnen fout gaan, faliekant mislukken zelfs. Maar we zijn wel onderscheidend bezig en gelukkig gaat er ook al heel veel goed. Eigenlijk is dit project na twee jaar al succesvol te noemen. De trein is in beweging en gaat steeds harder rijden. Dat is al een hele prestatie op zich.”

Past die zelfstandigheid goed bij je?
“Het is zeker wel wennen geweest. Wat wij nu doen is echt een hele andere manier van werken. Dit is niet zoals andere ploegen het doen. Die kijken toch naar hun eigen bond of naar NOC*NSF en vragen alleen maar: hoeveel geld krijgen we? Ik denk dat onze manier van werken wat dat betreft zeker als businesscase kan dienen richting andere sporten. Ik vind het ook prachtig dat uitgerekend NOC*NSF ons nu gebruikt als voorbeeld richting andere sporten. ‘Jongens: zo kan het dus ook!’ Dat geeft ook aan dat zij in ieder geval waarderen wat wij proberen te doen met de waterpoloheren.”

Merk je dat de ploeg als onderneming ook voor een prikkel zorgt bij je spelers?
“Zeker! Ook zij moesten er in het begin enorm aan wennen. Het team was, net als ik, alleen maar gewend te werken met de mogelijkheden, en de onmogelijkheden, die de KNZB en NOC*NSF creëerden. Ik merk dat zij nu ook een stukje van die ondernemersgeest, waar Hans en ik zo mee bezig zijn, meekrijgen. Dat vertalen zij op hun beurt weer door naar het trainings- en wedstrijdprogramma. Een goed voorbeeld is ons optreden laatst op de Universiade in Zuid-Korea. Dat is volledig mogelijk gemaakt doordat wij KPN als partner hebben binnengehaald. KPN heeft ons een enorme duw gegeven waardoor we, zeker voor dit team, die o zo belangrijke ervaring in Zuid-Korea hebben kunnen opdoen.”

Jullie maken onderdeel uit van het TEAMKPN Sportfonds.
“Voor ons van cruciaal belang. Wij voldeden als ‘kleinere sport die buiten de focus van NOC*NSF viel’ volledig aan hun voorwaarden. Voor ons zeker een vangnet. Nu nemen wij elkaar mee op de lange reis om onze droom te verwezenlijken. Zij maken het mogelijk en wij maken hun daar letterlijk deelgenoot van. Ze zitten naast ons op de bank bij wedstrijden en zijn tot in de kleedkamer welkom. Zoals ik al zei: we zijn echt op een onderscheidende manier bezig.”

Is het Sportfonds een redding voor kleinere sporten in nood?
“Voor een groot deel wel. Wij moeten ons natuurlijk nog wel plaatsen voor het EK 2016 in Belgrado, maar dat ziet er heel goed uit. Die goede uitgangspositie is mogelijk gemaakt door het TEAMKPN Sportfonds. Voor ons de eerste grote stap op weg naar een mooie nieuwe toekomst.”

Voor Robin van Galen moet het allemaal leiden naar een nieuwe toekomst voor de Nederlandse heren waterpoloploeg. Naast het coachen van de A-selectie is hij dan ook nauw betrokken bij het klaarstomen van de volgende generatie. Tot en met de categorie onder-13 aan toe. Niet voor niets heeft hij zichzelf dan ook tot minimaal 2020 gecommitteerd aan het project.
“Of ik me al een leven kan voorstellen waarin ik niet meer langs de kant van het bad sta? Het kan zijn dat ik in 2020 mijn contract nog een keer verleng tot en met de Spelen van 2024, maar ik heb wel het idee dat dit mijn laatste klus is waarin ik actief ben als trainer/coach. Daarna? Misschien een mooie rol bij een sportbond of wie weet: het bedrijfsleven in.”

Lees meer over het KPN Sportfonds

Jouw mening

Wij zijn benieuwd wat jij van dit artikel vindt. Om te reageren moet je ingelogd zijn. Dat kan middels je Facebook- en Twitter-account of met behulp van je e-mailadres.

Om je reactie te plaatsen vragen we je de code hieronder over te nemen