'Won Dafne zilver of verloor ze goud?'

Frits Barend volgt de Spelen vanuit Nederland, hoofdredacteur Jasper Boks zit in Rio. Dagelijks onderhouden ze een briefwisseling.

Frits: Ha Jasper. Ik zat er klaar voor vannacht. Dafne Schippers won zilver, of, zoals ze het zelf zal zien, verloor goud op de 200 meter. Denk je dat ze ooit blij zal zijn met zilver?

Jasper: Ola Frits. Ze zei anderhalf uur na haar race tijdens de internationale persconferentie dat ze tevreden was met zilver en ook coach Bart Bennema liet zich in die woorden uit. Maar diep in haar hart denk ik niet dat Dafne blij zal zijn met deze zilveren plak. Simpelweg omdat ze een winnaar is en dit hele seizoen al de beste was op de 200 meter. Ze kwam maar voor één ding, vertelde ze, en dat was goud. En dan is het terecht dat ze baalt. Een liesblessure, opgelopen vlak voor het begin van het olympisch atletiektoernooi heeft heel veel roet in het eten gegooid. Op de 200 meter was ze goed, maar ze begon daardoor niet in haar allerbeste vorm. Zeker als je bedenkt dat ze vorig jaar de wereldtitel pakte in 21,63 en Elaine Thompson, nu goed voor het goud, voor bleef. Ik denk dat Dafne heel lang zal blijven denken: wat als die liesproblemen me bespaard waren gebleven in Rio? Tegelijkertijd denk ik, Frits: we hebben gewoon een topsprintster, iemand die wereldkampioen is en die nu zilver heeft gewonnen op de Spelen. Hoe bijzonder is dat? En Dafne is pas 24, is pas een jaartje geleden overgestapt van de meerkamp naar de sprint. Kijk eens waar ze nu al staat? Dat moeten we niet nu gewoon gaan vinden. Dafne kan nog jaren mee. Ik hoop dat mensen in haar omgeving dat haar ook meegeven, maar haar coach een beetje kennende zal dat vast goed komen.

Frits: De hockeysters gaan op voor hun derde gouden plak. Maar twee andere vrouwenteams kunnen dat vandaag ook voor elkaar krijgen. De handbalsters spelen in de halve finale tegen Frankrijk en de volleybalsters tegen China. Sta jij daarvan te kijken?

Jasper: Niet van de hockeysters, die ploeg gaat al jaren voor maar één plak en dat is goud. Bij de handbalsters is dat anders. Ja, de ploeg werd vorig jaar tweede op het WK. Daarna kwalificeerde ze zich voor het eerst voor de Spelen. Ze zijn ‘ontdekt’ door Nederland en al die plotselinge aandacht en de veranderde status zullen best wat met de ploeg hebben gedaan. Tel daar de aanwezigheid op een podium als de Spelen bij op en dan is verklaard waarom het in de poulefase moeizaam verliep. In de kwartfinale gooiden de speelsters alle schroom van zich af, waardoor ze nu revanche kunnen nemen op de Fransen, van wie het eerste duel op de Spelen werd verloren. Bewezen hebben ze al dat in een grote mondiale sport als handbal ‘we’ nu echt helemaal meetellen, maar een nieuwe medaille zou natuurlijk geweldig zijn.

Dan de volleybalsters. Die zijn al het hele toernooi, wat zeg ik, een jaar in bloedvorm. Een paar maanden terug leek de ploeg van Giovanni Guidetti nog net iets te licht voor Amerika, China, Rusland en Brazilië. Maar in de aanloop naar de Spelen werd gewonnen van Rusland en China. Het zal het zelfvertrouwen een nog grotere boost hebben gegeven. Bij dit olympisch toernooi werd weer gewonnen van China en nipt verloren van de VS, in de poule eindigde de ploeg knap als tweede. Na een zege op Zuid-Korea wacht nu een rematch tegen de Chinezen. Een finaleplaats in nog zo’n grote mondiale sport zou werkelijk fenomenaal zijn. De aansluiting met de absolute wereldtop is hoe dan ook gevonden. En deze ploeg met de bevlogen Italiaanse coach staat nog maar aan het begin.

Frits: Heb je de valpartij op de 5000 meter voor vrouwen gezien, waarbij de twee slachtoffers elkaar hielpen?

Jasper: Ik was niet in het stadion, maar ik kreeg het uiteraard wel mee. Nikki Hamblin uit Nieuw-Zeeland en Abbey D’Agostino uit Amerika zullen voortaan in één adem genoemd gaan worden. De meiden struikelden allebei in de olympische finale. Abbey hielp de huilende Nikki omhoog. Samen liepen ze verder, tot Abbey in elkaar zakte door de pijn aan haar knie. Daarop hielp Nikki de Amerikaanse weer omhoog. Ze kenden elkaar helemaal niet. ‘Dit zijn de Olympische Spelen, we moeten finishen,’ zeiden ze tegen elkaar.  Na de finish vielen ze elkaar in de armen.

Ik dacht meteen aan Derek Redmond, die ken jij vast nog wel, Frits. Tijdens de Spelen van 1992 ging het mis met de torenhoge favoriet op de 400 meter. Na 250 meter in de halve finale schoot het in zijn hamstring. Einde verhaal. De hulpdiensten kwamen al met een brancard de baan op, maar Derek wilde niet aan opgeven denken. Vader Jim brak door de beveiliging heen, kwam de baan op en ondersteunde zijn huilende zoon naar de finish.

Derek Redmond en zijn vader werden wereldberoemd, geregeld komt het fragment voorbij. Vanaf heden zal ook de race met Nikki Hamblin en Abbey D’Agostino voor kippenvel zorgen.

Lees ook

Jouw mening

Wij zijn benieuwd wat jij van dit artikel vindt. Om te reageren moet je ingelogd zijn. Dat kan middels je Facebook- en Twitter-account of met behulp van je e-mailadres.

Om je reactie te plaatsen vragen we je de code hieronder over te nemen